Hoe werkt dat nu eigenlijk, rechtens verkregen niveau?

Hajé van Egmond (Geregeld BV) en Henry de Roo (Roobeek Advies) hebben op het jaarcongres van de Vereniging BWT Nederland een druk bezochte workshop verzorgt over de verbouwvoorschriften in het Bouwbesluit 2012. Centrale vraag: hoe werkt dat nu dat rechtens verkregen niveau? De presentatie is te vinden op website van de Vereniging bouw- en woningtoezicht Nederland.

Samen met zo’n 90 deelnemers is onderzocht op welke wijze dat verbouwniveau nu het beste kan worden bezien. Uitgangspunt daarbij is dat bouwwerken na de bouw weliswaar in kwaliteit achteraan mogen gaan maar niet door een bouwactiviteit slechter mogen worden. Is er voor de verbouwing sprake van een bepaalde kwaliteit dan moet die kwaliteit na de verbouwing ook weer tenminste aanwezig zijn. De ondergrens wordt natuurlijk gevormd door het niveau bestaande bouw: hieraan moeten alle bouwwerken voldoen!

Heeft u een interessante casus, zoekt u een sparringpartner of wilt u een training organiseren mail dan naar bouwbesluit2012@geregeld.eu voor meer informatie.

Experiment Crisis- en herstelwet Delft / Zoetermeer

Op 1 juni 2012 is de vijfde tranche Crisis- en herstelwet vastgesteld. Op het gebied van de bouw bevat dit Besluit een interessant experiment: in de gemeenten Almere, Delft, Eindhoven, Haarlem, Haarlemmermeer, Schijndel en Zoetermeer worden bouwplannen die om ruimtelijke redenen vergunningplichtig zijn niet langer getoetst aan het Bouwbesluit 2012. Een dakkapel aan de voorkant moet daarmee natuurlijk nog wel aan het Bouwbesluit 2012 voldoen, maar de gemeente toetst alleen nog maar aan welstand en ruimtelijke ordening.

Naar verwachting per 1 oktober 2012 gaat de tekst van het nieuwe artikel 7 van het Uitvoeringsbesluit Chw als volgt luiden:

Artikel 7

1. Dit artikel is voor een periode van vijf jaar van toepassing in de gemeenten Almere, Delft, Eindhoven, Haarlem, Haarlemmermeer, Schijndel en Zoetermeer.

2. Artikel 2.10, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is niet van toepassing, indien een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van die wet betrekking heeft op:

  1. 1. een op de grond staand bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht, mits niet hoger dan 5 meter;
  2. 2. een dakkapel;
  3. 3. een dakraam, daklicht, lichtstraat of soortgelijke daglichtvoorziening in een dak;
  4. 4. een collector voor warmteopwekking of een paneel voor elektriciteitsopwekking;
  5. 5. een kozijn, kozijninvulling of gevelpaneel;
  6. 6. een zonwering, rolhek, luik of rolluik aan of in een gebouw;
  7. 7. tuinmeubilair;
  8. 8. een sport- of speeltoestel voor uitsluitend particulier gebruik, mits uitsluitend functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens;
  9. 9. een erf- of perceelafscheiding;
  10. 10. een vlaggenmast.

3. Op een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in het tweede lid is artikel 2.2 van de Regeling omgevingsrecht niet van toepassing.

Wil je in één van de gemeenten dus een bouwwerk genoemd in bovenstaande lijst bouwen, en is dat bouwwerk op grond van het Besluit omgevingsrecht niet vergunningsvrij, dan moet nog wel een vergunning worden aangevraagd. De weigeringsgrond genoemd in artikel 2.10 is hierbij echter niet van toepassing: dus geen toets aan het Bouwbesluit en ook geen gegevens en bescheiden aanleveren behorend bij die toets. Voor de gemeenten minder werk en wellicht ook lagere kosten voor de aanvrager?

Met dit epxeriment herleeft als het ware de lichte bouwvergunning – die helaas met de invoering van de Wabo ter ziele is gegaan – opnieuw. Het ministerie van BZK heeft laten weten dat bij gebleken succes (en dat lijkt op voorhand wel duidelijk!) de regeling landelijk wordt ingevoerd.

Wat mag je nu wel en niet zelf bepalen bij particulier opdrachtgeverschap?

Ook tijdens de rondetafel over Bouwregelgeving in de Tweede Kamer op 14 maart 2012 werd weer regelmatig gewezen naar het experiment Almere als goed voorbeeld van keuzevrijheid in de regelgeving. Wat daarbij opvalt is dat de beelden over wat wel en niet kan in Almere vaak ‘breder’ zijn dan werkelijkheid. Daarom een korte uitleg van de regels die sinds 2015 ook landelijk zijn opgenomen in het Bouwbesluit.

Juridische basis van het experiment

De gemeente Almere mag vanaf 1 april 2012 afzien van toetsing van een aantal specifiek in het Besluit uitvoering crisis- en herstelwet (vierde tranche) genoemde artikelen. Op grond van de experimentenregeling geldt er voor grondgebonden nieuwbouwwoningen in particulier opdrachtgeverschap een beperktere set aan voorschriften waaraan moet worden voldaan. Almere wil particuliere opdrachtgevers daarmee meer ruimte geven om zelf keuzen te maken en daarmee de verbondenheid met de woning en de stad vergroten.

Het betreft een experiment dat geldt voor 5 jaar. Daarna moet het experiment worden geëvalueerd en wordt de Twee Kamer binnen 6 maanden geïnformeerd over de resultaten van het experiment.

Om welke voorschriften gaat het eigenlijk?

Grondgebonden woningen in particulier opdrachtgeverschap hoeven niet te voldoen aan de nieuwbouwvoorschriften als het gaat om:

  • AFDELING 2.15 INBRAAKWERENDHEID
  • AFDELING 3.5 WERING VAN VOCHT, met uitzondering van artikel 3.22 (f-factor temperatuur)
  • AFDELING 3.6 LUCHTVERVERSING
  • AFDELING 3.7 SPUIVOORZIENING
  • AFDELING 3.9 BEPERKING VAN DE AANWEZIGHEID VAN SCHADELIJKE STOFFEN EN IONISERENDE STRALING
  • AFDELING 3.10 BESCHERMING TEGEN RATTEN EN MUIZEN
  • AFDELING 3.11 DAGLICHT
  • AFDELING 4.2 TOILETRUIMTE
  • AFDELING 4.3 BADRUIMTE
  • AFDELING 4.4 BEREIKBAARHEID EN TOEGANKELIJKHEID
  • AFDELING 4.7 OPSTELPLAATSEN
  • AFDELING 6.2 VOORZIENING VOOR HET AFNEMEN EN GEBRUIKEN VAN ENERGIE, NIEUWBOUW EN BESTAANDE BOUW
  • AFDELING 6.3 WATERVOORZIENING, NIEUWBOUW EN BESTAANDE BOUW

Deels opvallende keuzen, te meer omdat je dus in Almere nog steeds moet voldoen aan de nieuwbouwvoorschriften als het gaat om de minimale afmetingen van ruimten, 55% verblijfsgebied en de afmetingen van trappen. En ook in Almere ben je verplicht om een berging en een buitenruimte te bouwen. De keuzevrijheid is dus beperkt…

Waaraan moeten woningen in Almere wel voldoen?

Net als alle andere bouwwerken in Nederland moeten woning in Almere (ook die onder het experiment vallen) voldoen aan de voorschriften voor bestaande bouw van het Bouwbesluit 2012. Daar waar op grond van het experiment bijvoorbeeld geen eisen gelden aan daglicht voor de nieuwbouw, zijn de voorschriften voor bestaande bouw inzake daglicht wel van toepassing. Dus bouw je in Almere, let dan op de voorschriften voor bestaande bouw ook al worden bepaalde aspecten niet getoetst in de vergunning. Ook verbouw gelden de verbouwvoorschriften van het Bouwbesluit 2012. Zie ook de beantwoording op de Kamervragen hierover.

Ter info de totaallijst met ‘geschrapte’ artikelen Almere in Bouwbesluit 2012: 2.129, 2.130, 3.20, 3.21, 3.23, 3.28, 3.29, 3.30, 3.31, 3.32, 3.33, 3.34, 3.41, 3.42, 3.43, 3.62, 3.63, 3.68, 3.69, 3.70, 3.74, 3.75, 4.8, 4.9, 4.10, 4.11, 4.17, 4.18, 4.19, 4.21, 4.22, 4.23, 4.24, 4.25, 4.26, 4.27, 4.28, 4.37, 4.38, 4.39, 6.7, 6.8, 6.9, 6.10, 6.11, 6.12, 6.13, 6.14, 6.15, 6.16, 6.17 en 6.18

Bouwbesluit 2012: Train de trainer?

De beste manier om te weten te komen wat er veranderd in het Bouwbesluit 2012 is “train de trainer”. En daarmee bedoel ik “ga cursus geven bij de mensen uit de praktijk en leer hoe het werkt”. Enkele voorbeelden, met dank aan enkele tientallen architecten en adviseurs en medewerkers van de gemeenten Zwijndrecht, Ablasserdam, Hendrik-ido-ambacht, Zaanstad, Hoorn, Medemblik, Stedebroeck, Wassenaar, Opmeer en een grote hoeveelheid ‘losse’ gemeentelijke plantoetsers.

Details of grote lijnen?

Opvallend is het verschil van benadering tussen adviseurs en gemeenten als het gaat om het Bouwbesluit. Daar waar adviseurs en architecten de details willen weten gaat het de gemeenten om de hoofdlijn. Doorvragen leert dat het dus niet gaat om de maat van natte ruimten met of zonder tegels, maar om de aanwezigheid van die ruimten. Het gaat dus niet 54,9% of 55,1% verblijfsgebied maar om een beetje bruikbare woning. Gemeenten lijken meer het gezonde verstand te prediken dan de letter van het Bouwbesluit. Klinkt goed, hopen dat het ook altijd zo uitpakt: adviseurs lijken nu net die ene ambtenaar te kennen die ze wel op dit soort details afrekent.

Voorschriften met betrekking tot bruikbaarheid zijn verschrikkelijk verouderd

Nu we het toch over die 55% hebben, die is inmiddels wel wat achterhaald. Het idee is natuurlijk goed: je woning moet voor minimaal 55% zo zijn ontworpen dat het daar geschikt is om te wonen. Met andere woorden, voldoende ventilatie, daglicht, etc. Nadeel van deze eis is dat natte ruimten en verkeersruimten niet meetellen. Een woning met een mooie grote hal, een badkamer van 20 m2, dat kan dus niet want dan haal je je 55% niet meer. En zelfs in Almere moet de particuliere opdrachtgever hier nog grotendeels aan voldoen! Gemiste kans? Zeker!

Omgaan met normen blijft moeilijk?

Niet veranderd in het Bouwbesluit 2012, maar toch velen niet duidelijk: welke norm moet ik nu toepassen? Als ik een betonfuncering maak dan moet die toch voldoen aan NEN 6722 zeker (of inmiddels NEN-EN 13670)? Nou nee… Voor alle duidelijkheid: je hoeft alleen te ‘voldoen’ aan normen die in het Bouwbesluit worden genoemd. Maar let op: voldoen aan is hier bezien vanuit het publiekrecht. Wat je met je opdrachtgever afspreekt moet je zelf weten. Dus pak de Regeling Bouwbesluit 2012 er bij en kijk of die norm genoemd wordt!

En als je die Regeling dan toch open hebt kijk dan meteen welk jaartaal je naar moet kijken als je een norm gata gebruiken. En of de hele norm wel gebruikt mag worden. Neem NEN 1010 als voorbeeld. Als eerste blijkt dat ik moet uitgaan van de norm gedateerd 2007 met aanvullingsblad 2008. Vervolgens leest u in artikel 5.1 van de regeling dat er ca. een A4-tje aan verwijzingen is van onderdelen van die norm die niet van toepassing zijn!

De trainingen gaan nog even door, het leren voor mij dus ook 🙂 En voor meer kennis en informatie: kom op 25 april 2012 naar het congres Bouwbesluit 2012

Kamergewijze verhuur opnieuw gedefinieerd in het Bouwbesluit 2012

Zoals onder meer in een eerder artikel beschreven levert de definitie van “Kamergewijze verhuur” in het Gebruiksbesluit de nodige problemen op bij de toepassing. Het Bouwbesluit 2012 breekt om die reden resoluut met die definitie en kiest een nieuwe insteek: niet het aantal personen telt maar het aantal wooneenheden.

Ging het Gebruiksbesluit nog uit van het bedrijfsmatig verschaffen van verblijf aan meer dan 4 personen, niet zijnde één gezin, het nieuwe Bouwbesluit stelt dat voldaan moet worden aan de voorschriften voor kamergewijze verhuur indien sprake is van 5 of meer wooneenheden:

  • wooneenheid: gedeelte van een woonfunctie voor kamergewijze verhuur dat bestemd is voor afzonderlijke bewoning;
  • woonfunctie voor kamergewijze verhuur: niet-gemeenschappelijk deel van een woonfunctie waarin zich vijf of meer wooneenheden bevinden;

Meer gevallen van kamergewijze verhuur

Een wooneenheid kan bestaan uit meer dan één kamer en per wooneenheid kunnen er meer mensen wonen. De grens voor het aantal personen wordt feitelijk bepaald door artikel 7.18 van het Bouwbesluit 2012: er moet 12 m2 gebruiksoppervlakte per persoon aanwezig zijn in een wooneenheid.

Termen als ‘bedrijfsmatig’ en ‘gezin’ zijn bewust geschrapt uit de definitie. Vanaf 1 april 2012 zijn alle woonvormen waarbij de woning verdeeld is in 5 of meer privédelen kamergewijze verhuur. In tegenstelling tot het Gebruiksbesluit zijn dus nu ook woongroepen kamergewijze verhuur en moet de ‘wooneenheid’ van de hospita ook worden meegerekend.

Zelfde beschermingsniveau, lagere kosten

Er zullen dus meer woningen onder kamergewijze verhuur komen te vallen met het Bouwbesluit 2012. De kosten die gemaakt worden om aan de voorschriften te voldoen zijn (gelukkig) wel lager. Uitgangspunt is tijdige alarmering van bewoners. In plaats van een (dure) brandmeldinstallatie is gekozen om rookmelders te verplichten. Zijn de wooneenheden 30 minuten brandwerend dan kan volstaan worden met een normale set aan woningrookmelders. Is er onvoldoende compartimentering dan moet er in iedere wooneenheid een rookmelder worden opgehangen. De rookmelders moeten voldoen aan NEN 2555: 2009.

Meer informatie? Mail naar bouwbesluit2012@geregeld.eu

De sloopvergunning is verdwenen!

Met de inwerkingtreding van het Bouwbesluit 2012 per 1 april 2012 is de omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk verdwenen: de sloopvergunning op grond van de bouwverordening is vervangen door een melding op grond van het Bouwbesluit 2012. Enkele wetenswaardigheden:

Niet allen soorten sloopvergunning zijn vervallen
Voor (veilig) slopen en asbest verwijderen kan vanaf 1 april 2012 worden volstaan met een melding. De vergunning als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, onder a, komt daarmee te vervallen. Wordt gesloopt in een beschermd stads- of dorpsgezicht, in een gebied waar op grond van het bestemmingsplan een sloopvergunning nodig is of betreft het een monument dan is ook na 1 april nog een vergunning nodig. We houden dus nog genoeg sloopvergunningen over, maar de meest voorkomende vervalt: de sloopvergunning op grond van de bouwverordening.

Procedure sloopmelding
Artikel 1.26 van het Bouwbesluit 2012 beschrijft de eisen waaraan een sloopmelding moet voldoen en wanneer een sloopmelding nodig is. Ten opzicht van de oude situatie veranderd er eigenlijk weinig. De sloopmelding is verplicht om dezelfde reden waarom eerder een vergunning nodig was (10 kuub afval of asbest) en je moet bij een melding dezelfde informatie aanleveren als tot 1 april 2012 moe(s)t voor de sloopvergunning. Het grote verschil (en de winst voor burgers en bedrijfsleven) zit ‘m in de procedure:
– sloopvergunning: 8 weken procedure, start sloop 6 weken na verkrijgen vergunning
– sloopmelding: 4 weken voor start sloop (of indien dit leidt tot leegstand van een woning: 5 werkdagen) een volledige melding doen
In het uiterste geval gaan we bij een spreekwoordelijk plaatje asbest onder een oude CV ketel in een huurwoning terug van een kwartaal leegstand tot een weekje wachten!

Wat is een melding?
Duidelijk is in ieder geval dat een onjuiste of onvolledige melding GEEN melding is. De termijn van 4 weken (of 5 werkdagen) start dus nadat een volledige melding is gedaan. Het is dan ook aan te bevelen dat gemeenten hier snel en helder over communiceren en aangeven wanneer een melding volledig is. Wordt niets vernomen van de gemeente dan zou een burger of ondernemer er van uit kunnen gaan dat alle in orde is en na 4 weken starten met de sloop.

Aanvullende voorschriften
Aan een melding kunnen – net als aan een melding brandveilig gebruik – voorschriften worden gekoppeld. De melder moet zich vervolgens houden aan zowel de algemene voorschriften op grond van het Bouwbesluit 2012 en het Asbestverwijderingsbesluit en aan de aanvullende voorschriften. De voorschriften moeten dienen ter bescherming van de belangen die met die sloopvergunning gediend zijn. Dit kan ruim worden geïnterpreteerd: denk ook aan eisen aan opslag, afvoerroutes, geluid, trilling, stof, etc. Let wel dat hoofdstuk 8 van het Bouwbesluit 2012 al een behoorlijke hoeveelheid van dit soort eisen stelt. In veel gevallen zullen aanvullingen dan ook achterwege kunnen blijven.

Meer info? Mail naar bouwbesluit2012@geregeld.eu

Bouwbesluit 2012: nieuwe procedures en vereisten

Het Bouwbesluit 2012 kent naast aanpassingen in voorschriften ook een nieuwe procedure voor sloop en nieuwe indieningsvereisten voor werken op hoogte en de milieubelasting van gebouwen. Geregeld verzorgt trainingen voor gemeenten en bedrijven waarin deze wijzigingen nader worden toegelicht. Mail naar bouwbesluit2012@geregeld.eu voor meer informatie.

Veilig slopen en verwijderen van asbest

De vergunning voor veilig slopen en het verwijderen van asbest (Wabo, artikel 2.2, eerste lid, onder a) komt per 1 april 2012 te vervallen. In plaats daarvan komt een melding op grond van artikel 1.26 van het Bouwbesluit 2012. De eisen aan de indiening van de melding zijn materieel het zelfde als de eisen aan het aanvragen van een vergunning. De indieningsvereisten zijn terug te vinden in het vierde lid van artikel 1.26. Een sloopmelding moet 4 weken voor aanvang van de sloop worden gedaan. In geval sprake is van verwijderen van asbest bij mutatie kan in sommige gevallen worden volstaan met een termijn van 5 werkdagen. Dit om onnodige leegstand van huurwoningen te voorkomen. Twee belangrijke aandachtspunten:

· Een onjuiste melding of niet volledige melding is GEEN melding. Of wel: de termijn van 4 weken (of 5 werkdagen) gaat pas lopen als de melding volledig is

· De sloopvergunningen voor monumenten, in beschermde stads- of dorpsgezichten of op basis van het bestemmingsplan blijven gewoon bestaan. Alleen de oude vergunning op basis van de bouwverordening wordt per 1 april 2012 een melding.

Veilig onderhouden van gebouwen – werken op hoogte

Per 1 juli 2012 zal (volgens de huidig planning) de verplichting worden ingevoerd tot het aangeven van voorzieningen voor het veilig kunnen onderhouden van een gebouw. In afdeling 6.12 van het Bouwbesluit wordt hiertoe de is opgenomen dat “een te bouwen gebouw zodanig is dat onderhoud aan het gebouw veilig kan worden uitgevoerd”. De bewijslast hiervoor moet bij een aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen worden aangeleverd. De brancheorganisaties voor onderhoud en schoonmaak hebben hiertoe samen met het ministerie van SZW, de BNA en de Vereniging BWT een checklist ontwikkeld. Op deze checklist moet voor de in het gebouw aanwezige bouwkundige onderdelen – atria, gevels, daken, etc. – worden aangegeven welke voorzieningen getroffen zijn voor veilig onderhoud. Dit kan variëren van permanente werkbordessen tot een opstelplaats voor een hoogwerker. De checklist zal naar verwachting vanaf april 2012 beschikbaar zijn via de site van BZK.

Milieubelasting van gebouwen

Het Bouwbesluit 2003 kende al een hoofdstuk met voorschriften over milieu (hoofdstuk 5) dat echter nooit is ingevuld. Met de komst van het Bouwbesluit 2012 wordt hier verandering in aangebracht. Afdeling 5.2 van het nieuwe Bouwbesluit bevat de plicht om voor woningen en kantoren groter dan 100 m2 bij een aanvraag om omgevingsvergunning de milieubelasting aan te geven. Deze plicht zal naar verwachting per 1 juli 2012 gaan gelden. De milieubelasting wordt bepaald op basis van de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken en kent vooralsnog geen drempelwaarde. De uitkomst is dus niet van belang voor het verkrijgen van een vergunning. Voorlopig geldt slechts de eis dat de berekening moet worden ingediend.

Bouwbesluit 2012 treedt per 1 april 2012 in werking

Eindelijk is het zo ver: Het Bouwbesluit 2012 zal per 1 april 2012 in werking treden!

Dat schrijft minister Spies in haar eerste brief over de bouwregelgeving. Het veegbesluit en de ministeriele regeling Bouwbesluit 2012 zullen nog voor de jaarwisseling worden gepubliceerd. De Tweede Kamer spreek nog over de uitvoering van de moties op 18 januari 2012.

De brief is hier te lezen.

Geregeld kan u in een dag of halve dag bijpraten over de belangrijkste wijzigingen. Mail voor meer informatie naar bouwbesluit@geregeld.eu.